Rotdag

Ik word wakker, stap uit mijn bed en stoot mijn voet tegen mijn nachtkastje. Au. Ik loop naar mijn kledingkast. Eerst maar eens een leuk shirt. Na wat gerommel heb ik er een gevonden. En dan nu nog een broek. Ik ben van plan mijn favoriete broek aan te doen. Ik zoek en zoek. Boos loop ik naar mijn moeder toe. Waar is mijn broek in hemelsnaam? Lekker dan, in de was. Ik trek een andere broek aan, maak een staart in mijn haar en loop naar beneden. En ja hoor, de hagelslag is op, terwijl ik daar net zo’n zin in had. Ik doe wel jam op mijn boterham. Ik maak mijn lunch, neem wat drinken mee en ga weg naar school. Bij de lunch maak ik mijn tas open. Gat-ver. Mijn drinken heeft gelekt en mijn hele tas zit onder. Gelukkig mijn brood niet. Eenmaal thuis stoot ik nog een keer mijn voet. Ik grijp naar mijn IPod. Jeetje, waar is dat ding? Eindelijk gevonden. Yes! Ik open mijn mail. Een mailtje van mijn vriendin. Sorry, shoppen gaat niet door zaterdag, staat er in. Ik loop boos naar boven. Naar mijn kamer. Vervelende woorden voor iedereen die mijn kamer in komt. Dan eten we ook nog eens broccoli. ’s avonds lig ik in bed. Ik heb spijt. Spijt van wat ik zij. Tegen iedereen. Ik bedenk me dit: als het lot het niet gezellig met ons kan houden, dan moeten we het maar met elkaar doen.

Jasmijn

PS Dit was niet de dag van vandaag hoor!